Koning zonder paleis

Er leefde eens een koning niet ver hier vandaan. Hij woonde heel gewoontjes in een Hollands dorpje met mensen uit allerlei windstreken en met heel diverse achtergronden. Deze koning was duidelijk een koning voor al deze mensen, ook al droeg hij misschien geen kroon en ook al bezat hij overduidelijk geen paleis.

De koning was koning omwille van zijn innerlijke kracht, zijn goedheid, zijn charisma en zijn hulpvaardigheid. Eenieder die hem tegen het lijf liep werd geraakt, het was alsof je wijsheid en liefde tegenkwam, maar dan in een menselijk gedaante. Hoe anders was dat bij koningen uit het verleden. Die angst inboezemden of hun macht en rijkdom lieten gelden, zodat zij precies daaraan ook hun gezag ontleenden. Maar zo niet deze, hij was mens onder de mensen. Hij ontleende zijn gezag aan zijn morele houding, zijn goede daden en zijn hartelijkheid tegenover iedereen die hij ontmoette.

Wat was zijn geheim? Welnu, de koning bezat van nature uiteraard een groot hart, maar er was nog iets anders aan de hand. Zijn goedheid kwam voort uit een soort onuitputtelijke bron die hij lang geleden had ontdekt, een soort fonteintje dat in hem opborrelde en wat hem overspoelde met goedheid, wijsheid en liefde. En wat altijd stroomde, mits hij zich er open voor stelde. En precies deze openheid voor het ‘goddelijke licht’, is wat hem tot koning maakte.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *