Auteursarchief: Vico

Cursus 10 Filosofische dilemma’s

Cursus 10 Filosofische dilemma’s

Mag ik mijn belofte breken om iemand te helpen? Hoe kan ik mijn geloof rijmen met een wetenschappelijke kijk op de wereld? Is het rechtvaardig om ritueel slachten toe te staan om minderheidsculturen te beschermen? Mag je embryo’s gebruiken voor technologisch onderzoek? Dilemma’s zijn het begin van elk filosoferen. Ze dwingen ons ertoe achterliggende conflicten en tegenspraken volledig onder ogen te zien.

Aan de hand van tien dilemma’s worden in deze cursus evenzoveel deelgebieden van de wijsbegeerte in kaart gebracht. Zo krijgen de deelnemers een grondige inleiding tot de belangrijkste thema’s en vragen van de filosofie. Aan de orde komen: het goede leven, de rechtvaardige samenleving, identiteit en cultuur, denken en handelen, geest en lichaam, grenzen van kennis, wetenschap en evolutie, filosofie en techniek, en filosofie en haar geschiedenis. Bij elk onderwerp wordt aangeknoopt bij actuele ontwikkelingen in cultuur, maatschappij en wetenschap.

Indien u geinteresseerd bent in deze cursus, neem dan contact op met Thijs. De cursus 10 filosofische dilemma’s wordt periodiek gegeven.

Het Lowlands gedachte-experiment

Het Lowlands gedachte-experiment

Lezing door Thijs gegeven op 13 april 2013 bij de discussiebijeenkomst Broedplaatsen en Waardecreatie.

Thijs Sins op TransVormers debat over waardecreatie en leegstand

Thijs Sins op TransVormers debat over waardecreatie en leegstand

Bij filosofie zullen jullie vast denken dat wij filosofen maar eindeloos nadenken over van alles en nog wat, een beetje uit het raam turen en … dat is ook zo. Maar vandaag zal ik jullie laten zien dat die gedachten ook tot hele goede inzichten kunnen leiden die ook in de dagelijkse praktijk voor iedereen verhelderend kunnen zijn. Neem nou dit mooie Volkskrantgebouw waar we ons nu in bevinden. Zoals jullie weten heeft dit lege gebouw zich in enkele jaren weten te vormen tot een bijzondere plek met een bijzondere status en een bijzondere waarde voor Amsterdam en haar Amsterdammers. Maar toch, eigenlijk is het ook maar gewoon een gebouw. Niets meer dan een stel muren met een dak erop en wat praktische liften erin. Zo zijn er zoveel, maar wat maakt dit gebouw nou zo bijzonder? Waarom vinden we het zo erg als dit gebouw jaren lang leeg zou staan? Waarom gaat het ons allemaal zo aan het hart en zijn we zo blij dat dit gebouw tegenwoordig zo goed gebruikt wordt? Door met jullie een klein gedachte-experiment te doen hoop ik onze onbewuste emoties voor dit gebouw vandaag voor jullie te verduidelijken.

Voor het gedachte-experiment wil ik jullie graag even meenemen naar het prachtige festival Lowlands. Helaas niet echt, want zoals gewoonlijk is het natuurlijk weer eens veel te vroeg lang en breed uitverkocht, maar toch. Stel je gewoon eens voor dat je straks in augustus één van die gelukkigen bent die met een sloeberig tentje en een winkelwagen vol knakworst en bier het campingterrein opploetert.

Het is donderdagochtend en je bent lekker vroeg. Na een helse reis ben je drie keer bijna out gegaan in veel te lange rijen, maar dan toch ligt daar eindelijk een prachtig weids open grasveld voor je waar iedereen waar hij maar wilt zijn tentje op mag gooien. Een ongerept campingparadijs, en op dat moment is het hele grasveld nog van iedereen. Elke uithoek, elke greppel, elke schaduw, iedereen heeft even veel recht op de ruimte. Iedereen is gelijk, want hier geldt alleen maar de simpele wet: “wie het eerst komt wie het eerst maalt”. De campingwereld ligt aan je voeten en dolgelukkig gooi je je tentje neer op die perfecte plek, niet te dicht bij de 24-uurstent maar ook weer niet te ver van de wc’s en de Hema-campingwinkel. Jij en je vrienden hebben met veel pijn en moeite het Lowlandscamping-utopia gevonden, maar dan gebeurt er opeens iets vreemds.

Terwijl jij je eerste biertje opentrekt, zie je dat een andere bezoeker bij jou in de buurt zijn tentje opzet en vervolgens vol overtuiging allemaal paaltjes in de grond begint te slaan. Hij knoopt er een ongelofelijke hoeveelheid slingers omheen en daarmee zet hij wel 50 vierkante meter van het campingterrein af. Natuurlijk, het gebeurt wel vaker dat mensen een plekje vrijhouden voor vrienden, maar deze gast pakt het wel heel serieus aan. Met bordjes verzoekt hij iedereen om dit plekje heel even vrij te houden, en vooruit. Lowlandsgasten zijn over het algemeen ook de kwaadste niet en voor deze ene keer laten ze hem zijn kansloze gangetje maar gaan. En zo gaat de eerste nacht voorbij terwijl er met de minuut meer campinggasten het terrein op strompelen.

De volgende ochtend staat de camping zoals gewoonlijk weer eens bommetje vol. Nergens is meer een plekje te bemachtigen en de hordes Lowlandsbezoekers blijven onverminderd toestromen. Elke vierkante meter wordt benut en de tentjes staan weer eens strak tegen elkaar aangespannen. Je kunt geen meter lopen zonder pijnlijk onderuit te gaan over een scheerlijn of de zijflap van een partytent, maar meneer met zijn afgezette stukje grond trekt zich hier helemaal niets van aan. Hij staat nog steeds in zijn eentje in zijn asociale eilandje van ruimte. Er wordt steeds meer aanspraak gemaakt op zijn stukje grond. De spanningen lopen op, en dan is het natuurlijk de vraag: wat zal er gebeuren?

Inderdaad. Rond vrijdagmiddag beginnen mensen steeds meer zijn richting op te kijken en te wijzen. Langzaam lopen de gemoederen op en hier en daar wordt er al voorzichtig een luchtbedje over zijn omheining gegooid. Een enkele dappere pionier weet zelfs zijn Quechua-tentje ondersteboven in een hoek van zijn omheining te mikken. Hoe meer mensen beginnen in te zien dat het eigenlijk volkomen belachelijk is dat hij zoveel ruimte voor zichzelf opeist, hoe meer mensen openlijk aanspraak willen maken op het stukje grond. Mensen pikken het niet langer en eisen toegang tot het stukje grond, dat gisteren rond deze tijd nog niets meer dan een onvertrapt stukje niemandsland was. En dan loopt het uit de hand.

Op het moment dat mensen zijn paaltjes uit de grond beginnen te rukken en een groot deel van zijn slingers in de fik aan het steken zijn wordt de man boos en blijkt hij zijn plek zelfs met geweld te willen verdedigen. Woest zwaait hij met zijn luchtbedpomp om zich heen om uit alle macht de invasie tegen te houden, maar tegen zoveel wanhopige Lowlandsgasten is hij gewoon niet opgewassen. Het loopt inderdaad uit op geweld, ten koste van de claimende man. De man komt in een hele nare en pijnlijke situatie terecht met een rondslingerende luchtpomp, veel paaltjes op ongewenste plekken en een lynchpartij die dankzij de vrolijke slingers toch net wat minder grof lijkt dan we doorgaans van lynchpartijtjes gewend zijn. Mensen pikken het gewoon niet lang als mensen tussen alle drukte ruimte claimen zonder er zichtbaar gebruik van te maken. Het duurt misschien even, maar vroeg of laat zul je toch echt met lege handen en grof geweld van het campingterrein afgeschopt worden.

Ik heb dit gedachte experiment ontleend aan Jean-Jacques Rousseau die 250 jaar geleden al verkondigde dat de aarde van niemand is en de vruchten van de aarde van iedereen. Dat de mens verloren zou zijn op het moment dat iemand de eerste paal in de grond sloeg en uitriep;  ‘Dit is van mij!’.

Rousseau legt uit dat ongelijkheid tussen mensen ontstaat door onder meer eigendomsclaims op land. Het gaat daarbij om het verlies van zelfvoorzienendheid. Men wordt in de meer geciviliseerde omgeving steeds afhankelijker van anderen in zijn levensonderhoud, afhankelijker van mensen die wel grond bezitten. Deze afhankelijkheid is een vorm van onvrijheid die een oorspronkelijke mens in de natuurstaat niet kent. Denk aan de nobele wilden van Afrika en Noord Amerika uit zijn tijd.

Maar goed, we kunnen niet terug in de tijd en de vooruitgang ongedaan maken. We moeten vooruit. John Locke is een filosoof die hiervoor een oplossing heeft en juist het eigendom en bezit verdedigt. Hij doet dit in de 17e eeuw om Engeland te beschermen tegen de willekeurige toe-eigening die de monarchie zichzelf toestond.

Locke ontleende uit de oorspronkelijke natuurstaat de natuurlijke rechten van ieder persoon:
behoudt van leven, vrijheid, gezondheid en goederen. Deze rechten werden ontleend aan het zelfbehoud van de mens, men heeft ze nodig om te kunnen overleven.

Het eigendomsrecht op land wat hieruit voortvloeit ontstaat volgens Locke door de natuur of de grond te bewerken. Daarbij wordt het begrensd doordat ieder ander zelfde recht heeft om door bewerking een stuk grond toe te eigenen.

Hij stelt echter wel de conditie bij dit eigendomsrecht dat men het stuk grond ook moet bewerken en  productief moet laten zijn. Daarnaast stelt hij de condities dat men genoeg en net zo goed over dient te laten voor een ander en dat men niet meer neemt dan hij/zij kan gebruiken (niets verspillen).

Goed, wat is hier nu allemaal aan de hand? Waarom vertel ik jullie hier over een hypothetische camping-aso en een festival dat zelfs nog moet beginnen? Waarom betrek ik Rousseaus vertoog over de ongelijkheid hierin en de voorwaarden die Locke stelt aan het eigendom? Jullie voelen hem waarschijnlijk al aankomen, want in onze Amsterdamse stad, met 7,8 miljoen vierkante meter aan leegstaande kantoorruimte, is deze hoogst absurde situatie aan de orde van de dag….

Auteurs: Rein Onlein en Thijs Sins

Thijs spreekt op TransVormersfestival as zaterdag 13 april

Tijdens het TransVormersfestival presenteren Urban Resort en CIRCA de openbare discussiebijeenkomst Broedplaatsen en Waardecreatie:

Tijdelijke oplossing, langdurige waarde?

Op zaterdag 13 april van 16.00 tot 17.30 uur in het Volkskrantgebouw. Toegang is gratis.

Uitnodiging TransVormers Discussie over Waardecreatie

 

Wat wil ik nou echt?

De cursus Riding the Wild Horse gaat over de vraag: Wat wil ik nou echt?

Bestsellerauteur Peter Bieri, alias Pascal Mercier, van “De nachttrein naar Lissabon”, geeft aan dat het antwoord ligt in het volgen van je dromen.

Dat is makkelijk gezegd, maar welke droom dan?

Om die vraag te beantwoorden is zelfinzicht nodig. “Hoe beter je jezelf kent, hoe beter je weet welke mogelijkheden je niet hebt benut,” aldus Bieri.

Wie ben ik en wat wil ik nu echt? gaat precies daar over. Het vergroten van je zelfkennis door middel van oefeningen en filosofische reflectie.

Hieronder volgt het artikel over Bieri uit Filosofie Magazine, door Anne Havik

Pascal Mercier: ‘Geef om je dromen’

Bestsellerauteur Peter Bieri, alias Pascal Mercier, over het leven dat je ook had kunnen leiden

‘Vraag jezelf af wie je bent, wat je wilt, of dit het leven is dat je had willen leiden of dat er delen in jou zijn die je tot nu toe niet geleefd hebt.’ Peter Bieri, filosoof en schrijver van bestsellers als Nachttrein naar Lissabon, over zelfkennis en vrijheid. ‘Wat is vrijheid?’ vraagt Peter Bieri op zijn hotelkamer in Amsterdam, terwijl rugpijn hem voortdurend dwingt om in een andere houding te gaan zitten. Zijn we in het leven altijd vrij om radicale beslissingen te nemen, bijvoorbeeld om ineens onze banen en geliefden achter ons te laten? We fantaseren er allemaal weleens over – maar is het vervolgens een teken van onvrijheid, of zelfs lafheid, als we het niet daadwerkelijk doen?

‘Dat laatste vindt in ieder geval de Franse filosoof Jean-Paul Sartre’, zegt Bieri, hoogleraar filosofie aan de Freie Universität van Berlijn. Bij het grote publiek is de Duitse filosoof bekender door zijn bestsellers als Nachttrein naar Lissabon en, recenter, Lea. Bieri is het niet eens met Sartre. ‘Het verleden bepaalt altijd voor een deel wat we doen en hoe we handelen. Het is niet laf of een teken van onvrijheid om dat verleden te laten meewegen in de beslissing of we iets doen of laten.’ Dat standpunt lijkt merkwaardig. Want juist Nachttrein naar Lissabon handelt over een man, Raimund Gregorius, die plotseling in het holst van de nacht de trein neemt naar Portugal en zijn baan achter zich laat. Maar volgens Bieri moet je dat niet zien als een radicale breuk: ‘Natuurlijk zijn er mensen die in hun leven opeens een andere koers kiezen.

Maar hoe radicaal is die koerswijziging? Kun je zomaar kiezen wat je wilt? Bedenk wel: niet iedereen zou die nachttrein nemen. Gregorius neemt hem omdat er een kracht in hem wakker wordt geroepen na het lezen van een boek van een Portugese schrijver. Maar die is niet volkomen nieuw – hij was er altijd al, alleen kende hij die kant van zichzelf nog niet. Ik denk dat we verrast kunnen worden door wat we in onszelf ontdekken, maar dat is nog niet hetzelfde als een compleet nieuw persoon worden. We worden hooguit méér wie we al waren. Het boek van de schrijver dat Gregorius in handen krijgt, appelleert aan wie hij in potentie al was.’ Volgens Bieri is vrijheid dan ook gekoppeld aan zelfinzicht, en niet aan radicale vernieuwing. In zijn filosofische werk Het handwerk van de vrijheid. Over de ontdekking van de eigen wil zet hij deze gedachte uitvoerig uiteen. ‘Hoe beter je jezelf kent, hoe beter je weet welke mogelijkheden je niet hebt benut. Omgekeerd geldt dat je jezelf mogelijkheden ontzegt als je niet naar jezelf kijkt. Omdat je dat niet wilt, bijvoorbeeld. Of omdat je dat door emotionele blokkades niet kunt.’

Lea, zijn nieuwste boek, laat zien hoe vernietigend dat kan zijn. De achtjarige Lea vindt na de dood van haar moeder troost in de muziek. Haar vader koopt een viool voor haar en ze blijkt een bijzonder muzikaal talent te hebben. Maar genialiteit laat geen ruimte voor het individu. Ze vlucht in haar vioolspel, en leeft na verloop van tijd alleen nog maar voor concerten. Haar andere mogelijkheden ziet ze niet meer. Ze heeft alleen nog belangstelling voor mensen uit de muziekwereld, vervreemdt van haar vader en uiteindelijk ook van zichzelf. Ze heeft haar vrijheid verspeeld en wordt krankzinnig. Haar vader – die alle contact met zijn dochter kwijtraakt – vervalt eveneens tot waanzin en begaat een misdaad. Op zijn beurt was hij zo geobsedeerd door zijn dochter dat hij zonder haar niets meer voorstelt.

Dagboek
Hoe leer je nu jezelf kennen, inclusief onvermoede kanten, om zo je vrijheid te vergroten? Voor Bieri gebeurt dat door te schrijven. ‘Als ik schrijf, geef ik mijn persoonlijke antwoord op vragen die ieder mens bezighouden. Over tijd en vergankelijkheid, of intimiteit. Taal helpt mij om mijn gedachten te ordenen. Daarbij werkt het voor mij als psychoanalyse – het helpt me om achter eigenschappen van mezelf te komen waarvan ik nooit wist dat ik ze had. Veel mensen houden om die reden bijvoorbeeld een dagboek bij; je analyseert jezelf, en als je dat kritisch doet, durf je ook vragen te stellen waarmee je jezelf echt op de proef stelt. Maar je kunt ook in een goed gesprek met anderen tot meer zelfkennis komen. Het gaat erom dat je een manier vindt om je emoties en herinneringen aan de oppervlakte te laten komen. Dan kun je ze interpreteren of bestrijden, en dat levert je innerlijke vrijheid op. Zo verruim je je blik op jezelf.’

De personages in zijn boeken maken – net als de schrijver zelf terwijl hij ze laat ontstaan – stuk voor stuk een ontwikkelingsproces door. Ze strijden, volgens Bieri, om hun vrijheid. De nachttrein, die overigens ook in het boek Lea voorkomt, zou je kunnen zien als een metafoor voor de ontdekking van die eigen vrijheid. Bieri: ‘Lea kijkt vol verbazing naar nachttreinen en hun slaapwagons. Het lijkt haar tovenarij dat er treinen met bedden bestaan waarin je zomaar gaat liggen om ergens anders wakker te worden. Geen wonder, want haar leven draait volkomen om haar viool, dus zij kan zich niet voorstellen dat ze zomaar een trein naar elders zou nemen. Voor Gregorius is die trein daarentegen bittere noodzaak, om zichzelf beter te leren kennen. Daarvoor is het nooit te laat – ook niet op je vijftigste of zestigste. Iedereen kan, op ieder moment, zijn leven en de structuren waarin hij misschien gevangenzit ter discussie stellen. Ik denk zelfs dat het veel eenvoudiger is als je je realiseert dat je hiertoe “als persoon” niet volledig hoeft te veranderen. Het gaat er immers eerder om onvermoede kanten van jezelf naar boven te halen. Bekommer je om je dagdromen en wensen, die je altijd al had. Zo vergroot je je innerlijke territorium. Vraag je af wie je bent, wat je wilt, of dit het leven is dat je had willen leiden of dat er delen in jou zijn die je tot nu toe niet geleefd hebt. Zodra je antwoorden hebt gevonden op die vragen, kun je besluiten om het roer om te gooien en de situatie waarin je leeft te veranderen. Je moet het gesprek met jezelf aangaan en bereid zijn om naar je eigen antwoorden te luisteren.’

Letterlijk breken met je oude leven, zoals Gregorius, is iets wat alleen de meest moedigen onder ons doen. Niet iedereen die erachter komt dat hij zijn leven misschien niet helemaal leeft zoals hij zich dat ooit had voorgesteld, is bereid om letterlijk weg te gaan. ‘Dat hoeft ook niet’, zegt Bieri. ‘Je kunt de nachttrein ook nemen zonder dat je in een trein stapt. Als je erachter komt dat je andere delen van jezelf ook wilt leven, en je gevangen voelt in een bepaalde situatie, moet je iets veranderen. Dat hoeft niet heel veel te zijn. Meestal hoef je niet met een situatie te breken; het volstaat om jezelf gedeeltelijk te veranderen. Namelijk de manier waarop je tegen een situatie aankijkt. Je kunt een ander perspectief innemen. Bijvoorbeeld opnieuw kijken naar de stad waarin je leeft, of je werk of je partner. Daarmee zijn zij nog steeds dezelfde stad of baan of partner, maar de “nachttrein nemen” betekent hier dat je opnieuw en zonder vooroordelen leert kijken naar een situatie die vanzelfsprekend lijkt. Met verwondering, door de ogen van een kind. Dan zie je ook de andere mogelijkheden die de situatie biedt. De weg die je met je partner bent ingeslagen, hoeft bijvoorbeeld niet definitief te zijn. Natuurlijk, je hebt te maken met de praktijk, en met een ander die niet volledig flexibel is, zoals je dat ook zelf niet bent. Maar dan nog zijn er zoveel onvermoede kanten en talenten, die je vaak over het hoofd ziet omdat je volkomen gefixeerd bent op die ene weg of dat ene doel.’

Het besef dat vrijheid en kennis van jezelf in directe relatie tot elkaar staan, is volgens Bieri van alle tijden. Mensen hebben altijd al gevoeld dat de emoties en de structuren die ze hebben aangeleerd niet het laatste woord hoeven te zijn over wie we zijn. Daarom hebben ze altijd al gereisd, gingen ze het klooster in, en probeerden ze te begrijpen wie ze zelf waren. ‘Die vraag zien we al terug in de Griekse tragedies, bij Socrates en ook bij Augustinus. We hebben altijd al begrepen dat kennis van onszelf ons meer mogelijkheden in het leven gaf. Zelfs toen de goden daarin nog een grote rol speelden. En die mogelijkheden geven ons leven zin. Meer dan al het andere.’

Toch erkent Bieri ook dat er veel situaties te bedenken zijn die zo moeilijk of traumatisch zijn dat ze een individu nauwelijks meer in de gelegenheid stellen om die vrijheid te voelen. Hoe ga je om met de dood van een kind, bijvoorbeeld? Of met vervreemding van mensen van wie je houdt als je in een situatie bent beland die voor beiden ondraaglijk is geworden? Bieri: ‘Hoe groot de vrijheid die je als mens ervaart ook is, er kan altijd iets kapotgaan zonder dat je het in de hand hebt. Het leven is fragiel, en mensen ook. Er kan hun altijd iets ergs overkomen, of ze kunnen ziek worden, fysiek of mentaal, en zichzelf pijn doen. Daarom probeer ik vrijheid altijd te zien in relatie tot wie je bent en waar je staat. Ik wil waarheidsgetrouwe boeken schrijven die de menselijke fragiliteit niet uit de weg gaan. Ik wil over het leven schrijven en een dialoog met de lezer aangaan. Maar ik stel ook dat de lezer een dialoog met zichzelf aan kan gaan, en dat hij zijn eigen leven in een nieuw perspectief kan zien. Literatuur is in staat om hetzelfde met de menselijke tragedie te doen als een requiem met de dood. Ze helpt om een treurige gebeurtenis mooi te maken, waardoor we die kunnen integreren in ons leven. Schoonheid maakt het leven draaglijk en leert ons wie we zijn. Dat is de bevrijding die literatuur kan bieden.’

Peter Bieri is hoogleraar filosofie aan de Freie Universität van Berlijn. Hij werd vooral bekend met zijn bestseller Nachttrein naar Lissabon. Net als zijn meest recente roman Lea schreef hij dat boek onder het pseudoniem Pascal Mercier.

Ben je enthousiast over deze materie? Volg dan de cursus Wie ben ik en wat wil ik nu echt?

Korte film Svyato

Korte film Svyato

In deze IDFA film zie je een jongetje van 2 jaar zijn spiegelbeeld voor het eerst ontdekken. De achtergrond van dit filmexperiment is de psychoanalyse van oa Lacan. Het groeiende besef van een kind dat hij een afgescheiden geheel vormt van de buitenwereld. Wat zie jij in deze film gebeuren? Zou hier sprake kunnen zijn van de vorming van het Ik / Ego?

Keuzes maken

Keuzes maken

De moderne mens heeft te veel keuzes in zijn leven, dit levert de onzekerheid op dat je misschien niet de juiste keuze maakt:

‘Constant word je geconfronteerd met een of ander risico. Als je je aandacht vestigt op een bepaalde mogelijkheid en een keuze maakt, weet je nooit zeker of je intussen andere
opties, die weleens veel aardiger, interessanter, beter of winstgevender zouden kunnen zijn, niet nét misloopt.
Welke keus je ook maakt, de vreugde van het kiezen wordt altijd ietwat getemperd door het vermoeden dat er vele andere keuzemogelijkheden waren die je links hebt laten liggen. Daar betaal je een hoge prijs voor, vooral in psychologische zin.’

(Citaat van de Poolse socioloog Zygmunt Bauman in het boek: “Brief aan een middelmatige man”, van Joep Dohmen)

All we ever wanted

Deze docu verbeeld uitstekend met welke dilemma’s de huidige generatie dertigers  worstelt. Door de eisen die de maatschappij aan je stelt verlies je jezelf eerder, dan dat je trouw blijft aan jezelf. Het lijkt er op dat ambitie die voortkomt uit het verlangen naar succes blijkbaar niet zo gezond is.
(deze player werkt helaas niet op de Ipad)

“All we ever wanted, Idfa documantaire uit 2010. The sky is de limit. Iedereen kan een ster zijn én mooi én populair. Waarom ben je dat dan niet? Onze dromen zijn groot, wild en oneindig. In een omgeving van ‘meer is beter’, lijkt ‘genoeg’ niet meer te bestaan. De documentaire ‘Alles wat we wilden’ (‘All We Ever Wanted’) is een visueel tijdsdocument waarin het streven naar het hoogst haalbare in alle facetten van het leven zegeviert; sociale status, perfect uiterlijk, flitsende carrière, de ideale partner en een fantastische smaak.” Hollanddoc

Maatschappij, succes en de ‘gezonde’ psyche

Het verband tussen neoliberalisme en het aantal mensen met psychische problemen

Paul Verhaeghe, psycholoog en psychoanalyticus en hoogleraar aan de universiteit van Gent − 28/08/12 Bron: ANP.

De neoliberale maatschappij maakt mensen niet zomaar ziek; ze vernietigt de eigen sociale verbanden. De Vlaamse psycholoog en psychoanalyticus Paul Verhaeghe werkt als gewoon hoogleraar aan de universiteit van Gent. Dit is een uittreksel uit Identiteit (De Bezige Bij), dat vanaf deze week in de boekhandel ligt.

  • Het doel van psychotherapie is heel sterk aan het opschuiven in de richting van verplichte sociale aanpassing.

     

Er zijn van die films die op het netvlies van een generatie gebrand staan. One Flew over the Cuckoo’s Nest uit 1975 behoort daartoe. In twee uur tijd komt alles aan bod wat foutliep in de psychiatrie van toen: onbetrouwbare diagnoses, sociaal afwijkend gedrag benoemd als psychiatrische ziekte, dwangbehandeling en overmedicalisering. Iets meer dan tien jaar later werd ik als jong broekje belast met het onderwijs in de psychodiagnostiek.

‘Belast’ is het juiste woord: niemand van het toenmalige professorenkorps wilde het vak doceren. Wetenschappelijk onderzoek had aangetoond dat de diagnostische labels grotendeels onbetrouwbaar waren. De veronderstelde biologische basis van die diagnoses was grotendeels een fabeltje gebleken. Psychofarmaca werden veel te vaak voorgeschreven, en dat bovendien binnen de context van een behandeling die steevast neerkwam op verplichte aanpassing. Dit alles kreeg toen zeer ruime aandacht via literatuur, films en de algemene pers.

Inmiddels zijn we een dikke dertig jaar verder, met het volgende resultaat. Bij elke nieuwe editie van het meest gebruikte handboek, de Amerikaanse Diagnostic and Statistical Manual for Mental Disorders (DSM) zien we een spectaculaire stijging van het aantal labels. Die labels stellen wetenschappelijk gezien weinig voor. De algemeen veronderstelde neurobiologische basis van die stoornissen is eerder een farmacologische reclameslogan dan een wetenschappelijk feit. Alle officiële statistieken tonen een exponentiële stijging in het gebruik van psychofarmaca, en het doel van psychotherapie is heel sterk aan het opschuiven in de richting van verplichte sociale aanpassing.

We zijn niet terug bij af, we zijn een flink stuk doorgeschoten in een richting die dertig jaar geleden met recht en reden werd aangeklaagd. Er is één levensgroot verschil: in vergelijking met die periode krijgt het protest tegenwoordig weinig aandacht.

Immers, vandaag overheerst het ziektemodel in de psychiatrie, met daarbinnen een merkwaardige trend: symptomen – bijvoorbeeld een tekort aan aandacht en een teveel aan activiteit – worden benoemd als ‘stoornis’, waardoor de indruk ontstaat dat we de medische oorzaak kennen. Het gebruik van goed bekkende afkortingen camoufleert dat enigszins, zodat het moeite kost om deze schijnverklaringen te ontmaskeren. Even een vergelijking: iemand die last heeft van hoge koorts (HK) en veel zweten (VZ) diagnosticeren we in dit model als iemand die aan HKVZ lijdt.

Vervolgens stellen we dat die arme man toch zoveel last heeft van koorts en zweten, omdat hij aan HKVZ lijdt. Net zoals iemand te weinig aandacht heeft (AD) en te druk is (HD) omdat hij ADHD heeft. Een beschrijving wordt voorgesteld als oorzaak van wat er beschreven wordt. Dergelijke cirkelredeneringen zijn legio in de huidige versie van het ziektemodel, waardoor er een illusie van wetenschappelijkheid ontstaat.

  • Hoe groter de inkomensongelijkheid in een land of regio, hoe meer mentale stoornissen.

     

Fastfoodbrokken
Willen we het verband tussen onze neoliberale maatschappij en mentale problemen aantonen, dan hebben we twee dingen nodig. Ten eerste een maatstaf die aangeeft in welke mate een maatschappij neoliberaal is. Ten tweede een aantal criteria waarmee de stijging of daling van het psychosociale welbevinden meetbaar wordt. Vervolgens combineer je beide gegevens en kun je zien of er inderdaad een verband bestaat.

Dit is precies de aanpak die Richard Wilkinson, een Britse gezondheidssocioloog, heeft toegepast. Als maatstaf voor het neoliberalisme neemt hij de inkomstenverschillen, waarvan ondertussen bekend is dat die onder een neoliberaal beleid spectaculair toenemen. Vervolgens gaat hij het verband na met algemeen erkende biopsychosociale indicatoren. Zijn conclusies spatten grafiek na grafiek van het blad: hoe groter de inkomensongelijkheid in een land of regio, hoe meer mentale stoornissen, tienerzwangerschappen, kindersterfte, agressie (zowel in de huiskamer als op straat), criminaliteit, drugs- en medicijngebruik.

Hoe meer ongelijkheid, hoe slechter de lichamelijke gezondheid, de onderwijsresultaten, de sociale mobiliteit en het veiligheidsgevoel. Een politiek bestel dat geen rekening houdt met dergelijke resultaten, is een bestel dat geen rekening houdt met het algemeen belang.

Publiek beschuldigen
Niet alleen het aantal psychosociale problemen wordt bepaald door het maatschappelijk model, ook de aard van de stoornissen hangt daarmee samen. De huidige dwingende gezondheidsnorm heet ‘succes’, financieel en materieel. De mogelijkheid dat een geslaagde jonge professional zichzelf moet oppeppen met cocaïne en ‘s avonds op zijn loft zit te verpieteren met alcohol en internetseks, gaat in tegen alle verwachtingen.

Als succes het criterium is voor een normale identiteit, dan wordt falen het symptoom van een gestoorde. De pijnlijkste toepassing is die bij kinderen, waar tegenwoordig vrijwel alle stoornissen te maken hebben met falen op school. Telkens opnieuw tonen diagnostische criteria de keerzijde van de hooggespannen sociale verwachtingen waaraan zij moeten voldoen.

  • Vroeger hadden mensen psychologische problemen, nu vertonen ze gedragsstoornissen.

     

Zoals wel vaker het geval is, loont het de moeite even stil te staan bij de etymologische betekenis van een woord. We hebben het over diagnostische categorieën. ‘Categorie’ gaat terug op het klassiek Griekse kategorein, met de volgende verrassende betekenis: publiek beschuldigen. Elke ordening in categorieën verwijst impliciet of expliciet naar een rangorde met een morele betekenis. De psychodiagnostische DSM-classificatie is een ordening waarmee mensen via labels beschuldigd en afgevoerd worden.

Zelf voelen zij dat feilloos aan, getuige de manier waarop onze kinderen die labels als scheldwoorden gebruiken (‘Autist!’). Vandaar ook dat volwassenen dankbaar gebruikmaken van de verondersteld bewezen neurobiologische verklaringen (‘Ik ben ziek!’) om aan het schuldgevoel te ontsnappen. Dit biedt weinig soelaas, het dominante denkkader (de mens is maakbaar mits hij zich inspant) veroordeelt hen hoe dan ook.

Daartegenover staan de ‘winners’, van wie sommigen zo goed beantwoorden aan het ideaalbeeld dat ook zij gestoord worden. De verplichting om te genieten kent haar uitglijders in seksverslaving, boulimie en natuurlijk koopverslaving. Psychopathische karaktertrekken zijn in het bankwezen zeer efficiënt, maar voorbij een bepaalde grens worden ze een niet behandelbare afwijking. Hetzelfde geldt voor het manager-zijn-van-jezelf; de overdreven versie heet narcistische persoonlijkheidsstoornis. In al die gevallen is de grens tussen ‘geslaagd’ en ‘gestoord’ vrij dun.

Hyperperfectionisme
Aan de andere kant vinden we de ‘losers’, bij wie angst en depressie het meest op de voorgrond treden. In tegenstelling tot wat de Britse arts en essayist Theodore Dalrymple en de zijnen beweren – dat mensen ‘soft’ geworden zijn onder invloed van de verzorgingsmaatschappij – is het schuldgevoel bij mislukking zeer groot. In dit tijdperk van de maakbare mens voelt het merendeel van ons zich meer dan ooit verantwoordelijk voor het eigen falen. Het onderzoek van socioloog Piet Bracke bevestigt dit: er zijn veel meer depressies dan vroeger, en de betrokkenen ervaren hun depressie als een persoonlijke mislukking. Het beeld van de grienende, zichzelf beklagende underdog is een uitzondering, niet de regel. De angststoornissen liggen in dezelfde lijn, met als twee toppers faalangst en sociale angst. Begrijp: angst voor de ander, die hetzij een beoordelaar, hetzij een concurrent is en soms zelfs beide tegelijkertijd.

Wat in deze labels zelden aan bod komt, maar wat elke clinicus zal herkennen bij nogal wat mensen in de spreekkamer, is de doorgedreven controledwang, het hyperperfectionisme.

Elke hapering, elke onvoorziene gebeurtenis zet nog meer druk op de ketel om de volgende keer toch maar sneller en beter te kunnen reageren. Die combinatie ontbreekt zo goed als nooit bij eetstoornissen, die bovendien een ander merkwaardig kenmerk bezitten – merkwaardig voor de hulpverlener die iedereen wil helpen: de persoon in kwestie houdt de problematiek verborgen. Anderen mogen het niet weten, elke zwakheid kan tegen de mens-als-ondernemer-van-zichzelf gebruikt worden (‘Everything you say or do can and will be held against you’).

Het pijnlijkste effect vind ik terug op relationeel vlak. De combinatie tussen een doorgedreven competitief individualisme en het vervangen van een vroegere beheersingsethiek door een verplicht en grenzeloos genieten is dodelijk voor duurzame relaties. Eenzaamheid is zonder twijfel de meest frequente ‘stoornis’ van onze tijd. In combinatie met de verplichting om te genieten mondt dit uit bij wat Mark Fisher heel treffend depressive hedonia noemt, depressief genot.

Disciplinering als behandeling
De woorden die we gebruiken, geven vaak uitdrukking aan een achterliggende ideologie, zodat een verschuiving in onze woordenschat altijd betekenisvol is. Niet zo lang geleden hadden we het over psychologie en psychiatrie, nu hebben we het over gedragswetenschappen. Vroeger hadden mensen psychologische problemen, nu vertonen ze gedragsstoornissen. Vroeger deden we aan diagnostiek, nu doen we aan assessment, ondertussen zelfs al aan vroeg-detectie bij kleuters. Help!

  • Zit stil of je krijgt (nog) een pil.

     

Samengevat luidt de onderliggende redenering van de labeldiagnostiek als volgt: een gedragsmatig kenmerk komt te veel of te weinig voor en is daarom sociaal onaanvaardbaar. Het doel van de behandeling is duidelijk: het ‘te veel’ moet weggesneden worden, het ‘te weinig’ aangevuld, opdat de patiënt weer beantwoordt aan de sociale normen. Als een kind weer braaf in de klas zit en de les volgt, is het probleem opgelost.

Vandaag bevindt het psi-bedrijf zich op een hellend vlak, en zijn we erg snel aan het afglijden naar een praktijk waarin psychiatrische diagnoses als vangnetten functioneren ter sociale controle en behandeling neerkomt op disciplinering. Psychiater en psychotherapeut worden aldus de nieuwe morele autoriteiten die in naam van de wetenschap opleggen hoe we ons moeten gedragen. Dat daartegen weinig of geen reactie komt, in tegenstelling tot dertig jaar terug, wijst erop dat velen die disciplinering nodig vinden.

Voor zover dit al juist zou zijn, blijft het een open vraag of die disciplinering een taak voor psychotherapeuten is. Die vraag wordt nog belangrijker als we zien dat een dergelijke aanpak in toenemende mate met het gebruik van medicijnen gepaard gaat – ‘Zit stil of je krijgt (nog) een pil’. Bovendien moeten we er ons scherp van bewust zijn dat men op deze manier enkel bepaalde gevolgen van het neoliberale beleid bestrijdt, namelijk het verdampen van een klassieke beheersingsethiek in combinatie met een doorgedreven individualisme, zonder aan de oorzaken te raken.

  • De vraag is veeleer hoe een bepaalde maatschappij haar normaliteit en haar afwijkingen definieert en welke consequenties daaruit voortvloeien.

     

De echte vragen zijn ethisch van aard
Als psychoanalyticus kan ik geen naïeve keuze maken voor het individu en tegen de maatschappij, of omgekeerd: voor de maatschappij en tegen het individu. Dat laatste is typisch voor de huidige gedragswetenschappen, als aflossing van de vroegere bevrijdingspsychologie, die voor het individu koos. De bevrijdingspsychologen van toen vergaten dat het individu die maatschappij met haar normen en waarden heel hard nodig heeft. De huidige disciplineringstherapeuten weigeren in te zien dat het individu en zijn stoornissen het product zijn van die maatschappij.

Dit zijn naïeve keuzes omdat iedere gemeenschap haar vormen van normaliteit definieert en kneedt, waarmee ze in dezelfde beweging haar abnormaliteiten definieert. Het dominante denkkader waarbinnen dat gebeurt, definieert meteen de aansluitende praktijk. Het maakt nogal een verschil of die praktijk binnen een religieus denkkader plaatsgrijpt (wie afwijkt is een te bekeren zondaar, een ketter, een heks), binnen een medisch (wie afwijkt is een te behandelen patiënt) of een economisch (wie afwijkt is een profiteur). Het enige gemeenschappelijke element is de uitsluiting: aan deze kant van de lijn, wij, de normalen, aan de andere kant zij, de abnormalen.

De vraag is bijgevolg niet of een maatschappij ziek- of gezondmakend is. De vraag is veeleer hoe een bepaalde maatschappij haar normaliteit en haar afwijkingen definieert en welke consequenties daaruit voortvloeien. Daarbij is het zeer goed voorstelbaar dat die definiëring een bedenkelijk ethisch niveau heeft, waardoor een maatschappij ingaat tegen haar eigen fundamenten. Een maatschappij dus, die haar eigen sociale verbanden vernietigt.

Dit is vandaag het geval